www.Syberg.be

Analysis of Art .Sys (www.sysca.be/syberg.html)

sectie S:1/ Item I:1-3

voor het geval iemand de weg zou verliezen

het waar gebeurd verhaal

teruggevonden in het archief van Graaf Baltazar in 1956

heksen_1

heksen_2

Ik wandel met mijn vrouw door de Maria Hilferstrasse in Wenen, zo ongeveer van het Sisi museum naar Schönbrun, het paleis van de Keizer. Slenteren een beetje, en bij het kruispunt met de drukke straat naar Praag ziet zij een huis staan met het plakaat 'Te Huur', enfin, in de juiste taal dan.

Zij, mijn vrouw, krijgt het idee dat het wel een mooie plaats zou zijn om te wonen, beetje drukke straat en zo, maar toch neemt het verlangen exotische proporties aan, en, we bellen aan met enige moeite, want de weg naar de deur is versperd door een vijvertje.

De vrouw des huizes doet open, en wij leggen het uit, en zij vraagt wie we zijn en wat we doen en weet ik veel, veel te veel. Ok, zegt ze dan, wacht een beetje, dààr.

We nemen plaats in de wachtkamer, waar het eigenlijk al vol zit met mensen, rechtstaand, zittend, rondwandelend. Zouden die allemaal komen om het appartement te huren, vragen wij ons een beetje ongerust af. Het duurt en het duurt, en er lopen mensen binnen en buiten, naar de uitgebreide tuin met bomen en groen en bloemen.

Raar, denk ik, dat huis was van buiten veel smaller dan wat de tuin zou doen veronderstellen, raar.

 

Een hele tijd later komt de gastvrouw voorbijgewandeld en kijkt naar ons: nog altijd hier? Vraagt ze dan. Eh, ja, ge hebt toch gezegd dat we moesten wachten...

Ja, ja. Maar dat is heel fijn, jullie kunnen meteen ook blijven voor het avondmaal dat we direct gaan nemen, en ze gaat ons voor, ons allemaal eigenlijk, want iedereen volgt gedwee de vrouw des huizes alsof ze dat zo gewoon zijn. Trap op, lange gang door, deuren gaan open en toe. Mijn vrouw glipt een kamertje binnen en komt direct weer buiten: daarbinnen hoor je wel heel goed het lawaai van de straat, zegt ze. Het valt mij nu nog maar op hoe stil het hierbinnen is.

 

Ja, dan moeten we een ladder op, hoog, en daarboven wringen we ons door een klep, een terugslagklep zo blijkt: je kan er van beneden naar boven wel in geraken, maar nooit meer terug. Ik begin mij een beetje ongerust te maken.

 

Hoe hoog we zitten, weet ik niet, maar de eetzaal is op het gelijkvloers; planken vloer, en de tafel is gedekt met lekkere en mooi versierde gerechten, kaarsjes branden... en dan zie ik dat alles op de vloer staat en dat iedereen knielt om te eten. Wij dus ook, maar met mijn zere knie is dat niet zo eenvoudig, en ik ga in kleermakerszit neer.

 

Er moet een of andere fout opgetreden zijn, want plots zie ik dat we op straat zitten, in een stil stuk van de drukke straat, en mensen lopen af en aan zonder ons te zien of wat dan ook. We zitten gewoon op de grond en zijn droog brood aan het eten. Een fractie van een seconde is de straat-illusie weer weg, en zitten we weer lekkere dingen te smullen in een gezellige en warme leefruimte. We zijn gevangen in een heksenkring.

 

(Terug naar INDEX 0), (Terug naar B5 pp 4-5)

 

 


de waarnemer, de deelnemer en de toeschouwer

Drie verschillende substanties van de Ziel, die dus niet bestaat
waarnemer

Een droom is soms een bron van inspiratie, soms ook een bron van transpiratie en ongemak. Deze keer kwam ik er goed van af: iemand moest een lekkere taart komen brengen, maar er was nog één wachtende voor die een aansluiting moest maken voor de waterleiding... ik moest dus alleen maar een beetje wachten.

 

Ik zat in een hoek te kijken naar het tafereel en herinner mij goed dat ik zwarte kleren aan had: ik zag namelijk mijn armen en handen, mijn buik en mijn benen, met alles erop en eraan uiteraard. In het gewone leven let ik niet zo direct op mijn eigen lijf als ik naar iets aan het kijken ben, maar in de droom zie ik dat meestal heel expliciet bij het aanschouwen van een tafereel.

 

Toen ik klein was ging ik veel op onderzoek: in schuiven, kasten, keldergaten, zolders, overal waarvan ik nog niet wist wat er te beleven viel. Een paar jaar geleden heb ik daar een schilderijtje van gemaakt (WAARNEMER op de figuur), en ik had er geen idee van hoe ik dat moest uitbeelden, ja, dat wat ik als kind daar op dat moment had beleefd, gezien, gevoeld, geproefd, geroken, gehoord en gefantaseerd.

 

Het was in een kast onder de trap bij mijn grootmoeder, en het zat propvol rommel en gebruiksvoorwerpen, oud en nieuw, nog gebruikt en al eeuwen niet meer gezien; raar geurtje achter een al even raar deurtje met gebobbeld mat glas.

 

Een nachtemmer, strijkijzers die je op de stoof moest zetten (of op het gasvuur) vooraleer er mee op een kledingstuk te strijken, kanten kleertjes, bezem en borstel, schoendozen, enfin, je kunt het je voorstellen misschien. Een raar ding zat er ook bij: een hamer met een ei als kop op een lange dunne steel. Ik kon het niet thuisbrengen en ging er mee naar de woonkamer om het te tonen aan mijn grootmoeder en mijn tante.

 

Het eerste dat ze doen is natuurlijk zeggen dat ik dat daar moet laten liggen en zo, maar tenslotte wordt toch uitgelegd dat het een strijkijzer is om in pofmouwen de opbollende delen glad te strijken. Meer vragen komen bij mij op dan dat het antwoord lang is, omdat ik het ding nog nooit zien gebruiken heb, niet weet wat pofmouwen zijn en mij afvraag wanneer het ooit dienst heeft gedaan - ook omdat ze daar alle twee nogal geheimzinnig over doen. Ik ben nog veel te klein voor die dingen, zeggen ze. Punt.

 

Achteraf ben ik te weten gekomen dat mijn grootmoeder nog in een wasserij had gewerkt waar ze inderdaad alle soorten kledij moesten wassen en strijken, en het rare ding had ze dan meegekregen als de wasserij overgeschakeld was op stoom om rapper te kunnen werken. De wasserij noemde dan ook Rap en Rein... Ze had er niet zo'n leuke herinneringen aan, omdat het familie moet geweest zijn, en omdat er een haar in de boter zat omtrent de verdeling van erfenisgeld en zo: ze waren achteruit gestoken, voor minder aan de kant geschoven, het onderspit moeten delven en waren kwaad doch machteloos naar huis gegaan. Misschien had ze het ei wel gepikt om later bloedig wraak te nemen, vandaar de geheimzinnige blik in hun beider ogen op het moment dat ik het wapen toonde?

 

Dat alles is een mengeling van feiten, geruchten en fantasie, mij aangeboden door mijn geheugen, en ik weet in de verste verte niet wàt juist feit, gerucht en/of fantasie zou kunnen zijn. Ik weet alleen dat ik daar op dat moment met mijn neus rook wat mijn handen vastpakten om te onderzoeken, en dat mijn voeten tussen de rommel een weg moesten zoeken naar het object van mijn belangstelling, en dat ik dat heel spannend en geheimzinnig vond, een beetje bang en opgewonden, helemaal alert en alle details opslorpend als een spons. Daar, dat wilde ik allemaal in dat schilderijtje stoppen. Ik heb het gemaakt met mijzelf als waarnemer er ook op, en ik vond het zo slecht dat ik het een paar dagen later heb overschilderd met wit. Spijtig, vind ik nu, maar gelukkig dat ik er een foto heb van genomen...

 

De Waarnemer is de instantie ergens in mij die de waarneming doet omtrent het gebeuren rondom mij. Het lichaam doet vanalles, voelt, ziet, ruikt, neemt beslissingen, gaat vooruit of achteruit zoals het zelf besluit te doen of te laten. De Waarnemer neemt dat waar, en neemt later de herinnering aan deze feiten waar zoals die door datzelfde lichaam worden aangeboden, zonder meer.

 

Meneer Pastoor heeft ons samen met zijn achtbare collega's geleerd dat de Ziel in het lichaam woont, en dat die alles bestuurt met Zijn vrije wil. Ik, ondergetekende J.M.A. Syberg, verklaar hierbij dat deze zienswijze onjuist is. De Waarnemer heeft er het kijken naar, maar ook niets minder. De Ziel als aparte eeuwig levende ding bestaat niet, maar de Waarnemer is een inherent onderdeel van het geheel dat waargenomen wordt. Zonder Waarnemer is er gewoon niets om waar te nemen, en zonder iets om waar te nemen heeft de Waarnemer niets om waar te nemen. Dus.

 

toeschouwer

 

In het kort ook nog iets over de Toeschouwer. Terwijl de Waarnemer in het centrum van het gebeuren staat en dus ziet, voelt, ..., neemt de Toeschouwer iets waar dat buiten hem of haar aan het gebeuren is. Ze kan zich enkel in de waarnemende positie van zichzelf nestelen, en kan zich inbeelden hoe het aanvoelt om ginder als Waarnemer te zijn dank zij een gezond stel spiegelneuronen. Waanemer ziet andere Waarnemer dus.

 

Je hebt natuurlijk ook nog de Deelnemer. Dat is een interessante positie tussen de Waarnemer en de Toeschouwer in. Je ziet dingen gebeuren, zit er helemaal tussen gedraaid en hebt er het kijken naar, maar eigenlijk maar voor een klein stuk, omdat er verschillende Waarnemers bij betrokken zijn die naar buiten toe de indruk wekken bestuurd te worden door een 'hogere' instantie die de zaak in handen heeft.

 

De Waarnemer, daar heb ik in mijn gevoel enig idee van wat het zo zou kunnen zijn, vooral in verband met het begrip Bewustzijn. De Toeschouwer en de Deelnemer zijn nog aan het rijpen, liggen als het ware nog in het ei, en ik ben benieuwd wat soort vogels er te voorschijn zullen komen.

 

(Terug naar INDEX 0), (Terug naar Boek5 pp 22-23)


Revolutie in het hoofd

Opdat het een revolutie op gebied van zwarte-gaten kennis zou veroorzaken, als bijwerking

zwart gat

Om iets te begrijpen van waarnemend bewustzijn is het nodig om een scheppingsverhaal te vertellen. Sysca heeft in zijn jonge jaren geleerd over God die de wereld schiep in zeven dagen, zo enkele duizenden jaren geleden. Dat verhaal impliceert uiteraard het bestaan van een Alles Omvattende Instantie, Heer en Meester, die de macht heeft om uit het niets een wereld te scheppen en te onderhouden, 't is te zeggen, er de Baas over te zijn Ginder Boven en Heilige Afgezanten hier beneden aan te stellen die het Werk doen en Regeren in Zijn Naam. Zo iets. Een hele geruststelling natuurlijk, vooral omdat er buiten deze of andere mythes niet zo heel veel houvast voor handen is om enige zin aan ons eigenaardige bestaan te geven. Het komt allemaal goed, want Hij zorgt er voor dat het goed komt, is het nu niet, dan is het later.

 

Als de mythe wegvalt, dan vallen ook de Hoofdletters weg, de twijfel omtrent de waarheid van het verhaal en de rechtsgeldigheid van de wetten die er het gevolg van zijn.

 

De wetenschap heeft het scheppingsverhaal overgenomen en heeft er de Big Bang van gemaakt. Het heelal is een paar miljard jaar geleden plots ontstaan uit het (bijna) niets, en heeft nu zijn beloop. Uitgevonden door een katholiek. Er komt ook een einde aan, aan het einde van de tijden...

 

Wat kan je daar tegenin brengen? Een en ander wordt met ingewikkelde berekeningen geloofwaardig en waarschijnlijk gemaakt door een kleine groep mensen die daar iets of wat van begrijpen, en die daarbij geruststellend zeggen dat er nog wat kleine foutjes in de theorie zitten die binnenkort wellicht zullen weggewerkt zijn.

 

Zodus, Sysca heeft een nieuwe mythe gemaakt. De wereld en heel het heelal zijn ontstaan zo'n 16 miljard jaar geleden ter gelegenheid van de Big Bang, en dat is heel spontaan gebeurd, zonder tussenkomst van een Heer. Het geheel is aan het uitdijen en gaat een of andere toekomst tegemoet. Bovendien bevinden zich binnen het heelal de reguliere materie, energie, waarneming en ook een heleboel zwarte gaten en ook nog zwarte materie en energie. Dat is het.

 

Maar, de mogelijkheid bestaat dat het heelal in zijn geheel ook een zwart gat is, en dat het ontstaan is zoals zwarte gaten binnen ons heelal kunnen ontstaan zijn, zoals iedereen weet. Er zijn gelijkenissen, lees het maar na. Sysca geeft geen wiskundige of andere bewijzen, en pluist de wetenschappelijk kennis terzake niet uit, maar speelt met het idee.

 

Er is het probleem van de grootte. Het heelal is groot, een zwart gat is klein, relatief. Ja, wij nemen de maat van alles, vergelijken het met gebruikmaking van gekende en overeengekomen standaarden. Er wordt gezegd dat het heelal altijd maar groter wordt, gemeten naar fysieke maatstaven. Stel je voor, zo zegt Sysca, dat het heelal in absolute termen die niet bestaan eigenlijk steeds maar gelijk in grootte blijft, én, dat de materie, en ook de energie, op een of andere manier altijd maar kleiner worden. Met inbegrip van onze maat-eenheden uiteraard. Niemand zou dat kunnen aantonen. Zodus, patafysich gezien, zijn beide even mogelijk, dus, mogen we veronderstellen dat het heelal niet uitdijt, maar dat wijzelf aan het verkleinen zijn. Laat ons zeggen dat dit de veralgemeende relativiteitstheorie is, NT.

 

Dus, we leven in een zwart gat en vallen met zijn allen - op lange termijn - in een intern zwart gat, dat een volledig heelal vertegenwoordigt met inbegrip van zwarte gaten. Het zwart gat waarin wij leven is ook maar één van de vele in een relatief groter heelal, zelf ook een zwart gat in een nog groter heelal, enzovoort. Dus, alles valt naar beneden, van groot naar klein, en wordt aangedreven door de zwaartekracht die de motor van die waterval is. Het water loopt naar de zee, en verdampt daar weer om nieuwe watervallen te vormen en bestaande te onderhouden. Voila. Het is eenvoudigweg het zelfde principe. Zwarte gaten verdampen ook, worden na verloop van tijd kleiner, verliezen energie, verdwijnen terug om nieuwe zwarte gaten te regenen, op gelijk welke schaal.

 

Natuurlijk wordt de aardse waterval aangestuurd door energie geleverd door de zon. Het gaat niet vanzelf, niets voor niets. De heelalval wordt ook aangedreven, nietwaar... maar Sysca geeft daar geen uitleg over. Hij stelt iedereen gerust met de woorden dat een en ander na verloop van tijd wel uitgeklaard zal worden, alles komt goed.

 

De revolutie in het hoofd gaat dus over het weglaten van uiteindelijke verklaringen voor niet te beantwoorden vragen. Dus, stelt Sysca voor om niet meer te kijken naar fantasie-oplossingen die toch niets opleveren, en nodigt iedereen uit om rustig te gaan zitten om te kijken, luisteren, voelen, proeven, ruiken... alle informatie op te nemen en aanwezig te zijn in de waarnemer. Mooi hé!

 

(Terug naar INDEX 0), (Terug naar Boek5 pp 0-1)

 

 

 


Communicatie en bewustzijn

En hoe het een niet zonder het andere kan

narrativium

 

Sysca heeft de term "Narrativium" gevonden in een boek van Terry Pratchett over Discworld en zo van die dingen. Terry Pratchett kent er ook wat van! Het is blijkbaar, voor zover ik het kan begrijpen, een soort poeder waarmee kan gestrooid worden om de context te veranderen, niet dat er écht iets zou veranderen natuurlijk, maar de interpretatie wordt aangepast. Het is alsof je de toehoorders hypnotiseert, zegt bijvoorbeeld dat ze exquise gerechten aan het eten zijn, terwijl het toch maar gewoon een pot popcorn is.

 

Narrativium wordt afgekort tot Na*, omdat het anders natrium zou zijn, dat gewoon in de tabel van Mendelejev staat. Het wordt rijkelijk toegepast bij mensen, om de neuzen in dezelfde richting te doen wijzen: "Die daar, heeft het gezegd, terwijl hij met zijn vinger in de lucht aan het zwaaien was". En dan zal het waar zijn natuurlijk.

 

Gewone dieren gebruiken veel minder Na*, en des te minder naarmate ze dommer zijn. Slimme dieren, zoals apen, kunnen de neuzen van hun medestanders al in de juiste richting doen wijzen door te doen alsof, te manipuleren, te liegen en te bedriegen, de baas te spelen, coalities te sluiten met de baas of juist niet... en mensen, geen gewone dieren natuurlijk, steken daar met kop en schouders boven uit.

 

Menselijke handelingen worden vooral bepaald door de omstandigheden waarin we ons bevinden, niet zozeer door onze genen of ons brein. Ignaas Devisch gebruikt daar het woord 'contingentie' voor. Ik was het woord al een paar keer tegengekomen zonder echt goed te begrijpen waarover het ging. Nu wel dus: als er veel Na* in de lucht hangt, dan doen we alsof de omstandigheden waarin we ons bevinden bepaald worden door de woorden van degene die het poeder omhoog heeft gegooid. De macht van het woord... hekserij.

 

meditatie

 

Na het zwaaien met de vinger ligt ze dan stil op haar rug om te mediteren. Ik ging schrijven mediteren over..., maar dat gaat natuurlijk niet: je mediteert niet over iets, je neemt de positie van de waarnemer in, en neemt waar wat er waar te nemen valt, eventueel met een hulpmiddel zoals je ademhaling om de gedachtenstroom die alles in de war stuurt uit te schakelen door telkens terug te keren naar bijvoorbeeld het geluid van je adem als je weer even weg was (in het hoofd).

 

Menselijke gedachtenstroom bestaat voornamelijk uit innerlijke gesprekken, omdat we dat zo gewoon zijn, en omdat we verweven zijn met het web van verhalen overal om ons heen. De waarnemer heeft er zijn handen mee vol, 't is te zeggen, krijgt handenvol materiaal om mee bezig te zijn en heeft geen tijd meer om zich bewust te zijn van wat hier en nu aan de hand is, los van het verhaal. De heks heeft ons beet en tovert een mooi huis met veel genodigden en lekker eten en, het is allemaal fake (min of meer).

 

Ja, ik ben een beetje aan het afwijken. Sysca heeft het op de achtergrond van bloemetjes over bewustzijn. Volgens hem is het woord te vervangen door waarneming, of het nu waarneming is van de werkelijkheid of van de illusie veroorzaakt door uitgedroogde herinneringen of verse leugens.

 

Waarneming vindt plaats als twee objecten, entiteiten, dieren, planten, mensen... dingen, een interactie meemaken die ze beiden beïnvloedt. De een doet iets met de ander, en de ander doet tegelijk iets met de een die begonnen is. Probleem om daar bewustzijn aan te koppelen komt voort uit het feit dat wij mensen een heel uitgebreid aanbod waarnemingen hebben die dan nog gekleurd worden door Na* én door hetgeen in herinnering opgeslagen is in de loop van ons leven, en door gevoelens die op het eigenste moment goesting hebben om op te spelen, en, en, en dat noemen wij dan bewustzijn, met dien verstande dat het ook de zetel zou zijn van de zogenaamd vrije wil, de grootste illusie van allemaal.

 

Dus, twee biljartballen die tegen elkaar aanbotsen, nemen die interactie waar, die je duidelijk kunt waarnemen aan de hand van het actie- reactiepatroon dat ontstaat bij het maken van contact. Kijk maar eens. Dus, er is waarneming, dus, er is bewustzijn; weliswaar op het niveau van de bal, maar in essentie is er geen verschil tussen een kleine waarneming en een grote, die misschien duizenden deel-waarnemingen kan bevatten, maar die zelf de illusie heeft dat het gaat om één waarnemingservaring.

 

Ik geeft het op, Sysca moet maar met wat meer voorbeelden voor de dag komen, dan zal het mogelijk of moeilijk zijn om er nog wat zinnigs over te vertellen.

 

(Terug naar INDEX 0), (Terug naar Boek5, pp 2-3)


onderdelen worden een nieuw geheel

Vanaf wanneer gaat de waarnemer naar het geheel?

mengmachine

Een zwerm vogels ziet er soms uit als een steeds van vorm veranderende wolk met een eigen leven, als een organisch wezen dat is samengesteld uit aan elkaar hangende onderdelen en duidelijk met een eigen wil en zelfstandigheid. De individuele vogels hebben schijnbaar hun eigen besturingssysteem overgedragen aan de groep, die ergens een centrale piloot lijkt te hebben, alhoewel niets er op wijst dat die er is: geen kapitein op dat schip.

 

De vogels volgen allemaal dezelfde eenvoudige spelregels zoals 'steeds op dezelfde afstand van je buren blijven', 'meevolgen', en zo. Wat de juiste instructies zijn doet er eigenlijk niet toe, wat telt is dat de regels ergens aanwezig zijn in ieder lid van de groep, en dat er effectief wordt op overgeschakeld op een bepaald moment en/of in bepaalde omstandigheden.

 

Koeien grazen in het wild in groep (of koe-achtigen, zeg maar, omdat het niet zeker is dat er nog wilde koeien rondlopen). Ze trekken van het ene grasland naar het andere, omdat het hier begint op te geraken, of omdat ze zin hebben in eens iets anders. De vraag is hoe die beesten gezamenlijk besluiten om dat te doen, naar waar bijvoorbeeld en wanneer vertrekken we?

 

Wel, het volgende verhaal doet de ronde: als de koeien gegeten hebben, gaan ze liggen om te herkauwen, een tijdje. Dan staat er eentje recht en gaat met de kop in een bepaalde richting kijken, en gaat dan weer liggen. Een ander staat recht en geeft zijn/haar voorkeur te kennen. Op den duur staan er steeds meer op met de kop in een of andere richting, en na verloop van tijd wijzen de meeste indezelfde richting en gaan ze op stap. Ze hebben duidelijk een stem uitgebracht en de meerderheid beslist, zonder leider, enkel met een genetisch geprogrammeerd systeem dat is ontstaan in de loop van de evolutie. Het is blijkbaar een bruikbaar instrument om in groepen samen dingen te doen...

 

mikado

De overeenkomst tussen een zwerm vogels en een kudde koeien zal waarschijnlijk wat los zijn, maar toch duidelijk. Een intern systeem zorgt er voor dat iedereen in de groep zich zodanig gedraagt dat de groep aaneen blijft hangen, het sociale verband intact blijft en het voordeel van samen sterk (of wat dan ook) behouden blijft.

 

Overschakelen op een op de grond liggende hoop dorre takken zal misschien wat minder evident zijn. Ze hangen aaneen, en als je aan één van de deelnemers trekt, is de kans groot dat er binnen de groep een en ander beweegt, en wel bijna voorspelbaar hoe. Denk maar aan het spelletje mikado... Bij de vogels en de koeien zorgt het intern systeem voor de coherentie, en bij de takken zorgt een stel natuurkundige regels voor de beweging van het geheel.

 

De vraag die Sysca mij stelt is dus eenvoudig: "Is er overeenkomst"? Voila. Over naar de volgende ronde.

 

(Terug naar INDEX 0), (Terug naar Boek5, pp 6 - 7)